INTERVIEW


Else Bos

Het is belangrijk dat keuzes passen bij de karakteristieken van een pensioenfonds.

"Een duurzaam beleggingsbeleid moet altijd aansluiten op de voorkeuren van de deelnemers."

Interview met Else Bos, directie DNB over de risico’s van klimaatverandering en andere maatschappelijke uitdagingen op de beleggingsportefeuille.

Aanleiding voor dit interview is een onderzoek van DNB waaruit blijkt dat de financiële sector niet alleen geconfronteerd wordt met klimaatgerelateerde risico’s, maar ook met andere ecologische en maatschappelijke uitdagingen. Wat is volgens u nodig om deze risico’s het hoofd te bieden?


“Sinds de akkoorden van Parijs en het klimaatakkoord is er veel aandacht voor de risico’s gerelateerd aan klimaatverandering. Wij hebben verschillende rapporten gepubliceerd waarin we laten zien dat financiële instellingen risico’s lopen. Maar klimaatverandering is niet de enige maatschappelijke en ecologische uitdaging. Wij hebben met het rapport ‘Op waarde geschat?’ laten zien dat water- en grondstoffenschaarste, verlies aan biodiversiteit en mensenrechtencontroverses ook risico’s zijn die financiële instellingen moeten betrekken in hun risico-afweging. Het is het belangrijk dat instellingen goed zicht hebben op de risico’s waaraan zij blootgesteld zijn en hoe deze bijdragen aan hun totale risicoprofiel.


Pensioenfondsen hebben al verschillende instrumenten om maatschappelijke en ecologische risico’s te beheersen. Denk aan uitsluitingen, integratie van ESG-factoren en engagement. Hiermee kunnen fondsen inspelen op de risico’s. Maar om deze instrumenten goed te kunnen inzetten, is het wel van belang dat fondsen goed zicht hebben op hun eigen risicoprofiel.”


In een eerder onderzoek uit 2017 wees DNB al op klimaatrisico’s voor beleggers. Vindt u dat de sector goed heeft geacteerd op deze waarschuwing?


“Ja, het is goed om te zien dat dit steeds meer wordt opgepakt in de pensioensector. We zien verschillende initiatieven om de mogelijke gevolgen van klimaatverandering in kaart te brengen. Denk aan de ontwikkeling van scenarioanalyses. Ook stellen fondsen, en dan met name de grotere, concrete doelen om de CO2 voetafdruk van de portefeuille te verkleinen. Dat juich ik zeer toe. Pensioenfondsen zien duurzaam beleggen ook als kans. Het kan aantrekkelijke investeringsmogelijkheden bieden, waarmee pensioenfondsen bijdragen aan oplossingen.


Tegelijkertijd snappen we heel goed dat het niet altijd makkelijk is om handen en voeten te geven aan het beheer van klimaatrisico’s. Ik vind het daarom goed om te zien dat pensioenfondsen verdere stappen blijven zetten. IORP II dwingt ook actie af, omdat het voorschrijft dat pensioenfondsen klimaatrisico’s een plaats moeten geven in hun risicobeheer, onder meer in de eigenrisicobeoordeling."


Wat is effectief als het gaat om het beoordelen van pensioenfondsen op hun verantwoord beleggingsbeleid?


“Als je als sector voor meer dan duizend miljard euro belegt, moet je kunnen uitleggen hoe je dat doet en waarom je bepaalde keuzes maakt. Dat draagt bij aan het vertrouwen in de sector.


Voor mij is de beoordeling door de deelnemers het allerbelangrijkst. Het is immers hun geld. Een duurzaam beleggingsbeleid moet altijd aansluiten op de voorkeuren van de deelnemers. Benchmarks kunnen daarbij helpen.


Het fondsbestuur moet er alles aan doen om de deelnemers helderheid te bieden over het duurzaamheidsbeleid. IORP II vraagt ook om vergaande transparantie over het duurzaam beleggingsbeleid: Wat doe ik wel, wat doe ik niet en kan ik allebei uitleggen? In het overleg dat besturen van pensioenfondsen moeten hebben met de belanghebbenden- of verantwoordingsorganen over de uitgangspunten van het beleggingsbeleid, is het voor de hand liggend om ook duurzaamheid te bespreken, om zo de geluiden uit de achterban te horen.

"Het is belangrijk dat keuzes passen bij de karakteristieken van een pensioenfonds. Wat werkt voor de een hoeft niet passend te zijn voor de ander."

ELSE BOS


"Ik vind het goed dat er samengewerkt wordt aan het vergroten van impact en transparantie."

Een duurzaam beleggingsbeleid vraagt om goed onderbouwde beleidskeuzes. Maar ook om balans tussen beleid en uitvoering. Als je bepaalde keuzes maakt, moet je daar ook naar handelen. Kun je waarmaken wat je beoogt? En kun je beoogde effecten voldoende meetbaar maken? Dat is niet altijd makkelijk. Het is belangrijk dat keuzes passen bij de karakteristieken van een pensioenfonds. Wat werkt voor de een hoeft niet passend te zijn voor de ander.”


Eind vorig jaar is het IMVB-convenant getekend door een groot aantal pensioenfondsen. Hoe kijkt u naar dit initiatief?


“Ik vind het goed dat er samengewerkt wordt aan het vergroten van impact en transparantie. Ook is het goed dat er aandacht is voor de verschillen tussen de pensioenfondsen op het gebied van duurzaam beleggingsbeleid, het beleid moet immers passen bij de wensen van de deelnemers.”


U heeft eind vorig jaar gesproken over het verandervermogen van pensioenfondsen. Er komt veel op pensioenfondsen af: naast de dagelijkse zorgen over dekkingsgraad en uitvoering van de regeling ook het groeiend aantal initiatieven op het gebied van maatschappelijk verantwoord beleggen (SDG’s, Stewardship code, IMVB-convenant, etc.). Hoe kunnen pensioenfondsbesturen zich het beste organiseren om deze ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden? Wat is nodig in een pensioenfondsbestuur anno 2019?


“Pensioenfondsen opereren in een onzekere wereld met veel veranderingen en uitdagingen waarvan de snelheid en impact ook nog eens zijn toegenomen. Die onzekerheid is er ook over klimaat- en transitierisico’s. De uitdaging is om als pensioenfondsbestuur zicht te houden op wat de relevante ontwikkelingen zijn en wat de impact van die ontwikkelingen is op het pensioenfonds. Het werken met scenario’s kan daarbij helpen.


Ook kunnen kaders, zoals de SDG’s, helpen om deze ontwikkelingen beter te adresseren. Deze initiatieven hebben een paar belangrijke voordelen. Ze bieden een referentiekader en ze maken het mogelijk om in één taal te spreken tussen de samenwerkende partijen. En ze kunnen de basis vormen voor verdere samenwerking en standaardisatie bij duurzaam beleggen.”


U heeft verschillende rollen vervuld binnen de financiële sector. Hoe heeft u de overstap ervaren van een pensioenuitvoeringsorganisatie naar de toezichthouder? Was deze stap even groot als uw eerdere stap van een commerciële bank naar een pensioenuitvoeringsorganisatie? En wat kunnen deze werelden van elkaar leren als het gaat om governance en zaken als verandervermogen en slagkracht?


“De overgang van pensioenuitvoeringsorganisatie naar toezichthouder is minder groot dan je denkt. In beide rollen staat het belang van de deelnemer voorop. Maar je denken en doen wordt wel bepaald door de verantwoordelijkheden die je hebt en de doelen die je wilt bereiken. Ik wil dingen graag beter maken en ben daarin toekomstgericht. Bij de uitvoerder deed ik dat voor specifieke fondsen en vanuit de eigen strategie en bedrijfsvoering. Nu kijk ik meer naar het geheel en de diversiteit daarbinnen.


Zoals pensioenfondsen en uitvoerders van elkaar kunnen leren, kan de toezichthouder ook leren van de sector. En kunnen we een rol spelen in het delen van best practices.


Het belang van innovatievermogen en veranderkracht geldt net zo goed voor toezichthouders als voor de pensioensector. Technologische vernieuwing gaat heel hard, ook in de financiële sector. Data gedreven wordt steeds belangrijker. Het levert kansen om efficiënter en effectiever te zijn. Maar het levert ook risico’s die we moeten erkennen, begrijpen en mitigeren.”

"Zoals pensioenfondsen en uitvoerders van elkaar kunnen leren, kan de toezichthouder ook leren van de sector."