COLUMN


Help de dolende deelnemer in het financiële labyrint!

Edith Maat,
directeur Pensioenfederatie

“Nederland stijgt naar vijfde plek van gelukkigste landen ter wereld” kopt Nu.nl op 20 maart, de dag van de verkiezingen. Tevreden Nederlanders reageren op dit artikel door op te sommen hoe fijn ze het voor elkaar hebben: een eigen huis, kinderopvangtoeslag, vangnetten bij ziekte, ontslag of afbranden van je huis. Ja, we hebben het goed geregeld hier in Nederland. Tegelijkertijd moet ik ook constateren dat steeds meer mensen vastlopen in het woud van alle financiële regelingen die we in Nederland hebben. Een paar weken terug zagen de krantenkoppen er heel anders uit: “De helft van Nederland snapt helemaal niks van geld”, “1,4 miljoen mensen met problematische schulden” en het SCP berichtte “het aantal werkende armen sinds begin deze eeuw anderhalf keer zo groot”. Zorgelijke berichten die net zo waar zijn.

De afgelopen jaren zijn verantwoordelijkheden en risico’s meer bij de burgers komen te liggen. Daardoor neemt het belang van keuzevrijheid toe en zijn de verwachtingen over persoonlijke dienstverlening sterk veranderd. Zelfmanagement op het financiële terrein wordt steeds belangrijker. Dat is goed te doen voor de kleine groep mensen die hun weg weten te vinden. Zorgelijk vind ik de grote groepen mensen die het niet meer overzien. Kunnen zij overzien hoe regelingen en toeslagen hun besteedbare inkomen beïnvloeden als ze meer uren gaan werken of meer gaan verdienen? En wat betekent het voor je financiële planning als je geconfronteerd wordt met een falende uitvoering waardoor je geld moet terugbetalen en je financiële situatie er opeens heel anders uitziet?

Beleidsmakers en politiek moeten bij het maken en goedkeuren van beleid veel meer aandacht hebben voor het vraagstuk van financiële zelfredzaamheid. Jaarlijks geknutsel in koopkrachtplaatjes waarbij de verschillende regelingen steeds wijzigen, maakt financiële planning een ware uitdaging.

Als mensen zelf die verantwoordelijkheid voor financiële planning moeten kunnen dragen volgens dat beleid, dan horen daar ook de randvoorwaarden bij om die verantwoordelijkheid waar te kunnen maken. Zoals meer aandacht en zorg voor de uitvoering en oog voor de verschillende behoeftes en mogelijkheden die burgers hebben in het maken van dergelijke keuzes. Ook de betrouwbaarheid van informatie en van de informatiebron is daarbij belangrijk.

Pensioenfondsen staan voor een vergelijkbare uitdaging. Hun deelnemers hebben hoge verwachtingen van persoonlijke dienstverlening, willen meer keuzevrijheid en staan tegelijkertijd voor de uitdaging van het maken van hun financiële planning. Naast het loon is pensioen de belangrijkste arbeidsvoorwaarde. Daarvan zijn veel mensen zich niet bewust. De keuzemogelijkheden die er nu al zijn en de gevolgen van life-events op het pensioen staan onvoldoende op het netvlies. En dat is een gemiste kans.

De veranderende behoeftes en verantwoordelijkheden van deelnemers noodzaken tot een andere manier van in contact zijn met de deelnemers. Het is wellicht vloeken in de kerk, maar er valt veel te leren van commerciële bedrijven met persoonlijke dienstverleningsconcepten die consumenten aanzetten tot keuzes. Gebruik van data om voorkeuren van deelnemers goed in beeld te brengen, de keuzearchitectuur erop in te richten en meer “marketingdenken” in de benadering van de deelnemer geeft pensioen een positieve en relevante lading. Het gaat tegenwoordig niet alleen om de feiten, maar juist om het gevoel. Betrouwbaarheid en voorspelbaarheid door te zeggen wat je doet en te doen wat je zegt moeten daarbij centraal staan. Geef de deelnemer het gevoel en laat hem zien dat het pensioenfonds een betrouwbare partner is die helpt bij de keuzes waar de deelnemer voor staat. Door invulling te geven aan een zorgambitie kunnen pensioenfondsen deelnemers op weg helpen in het financiële labyrint.


Edith Maat, directeur Pensioenfederatie